• Home
  • Nieuws
  • Valbeveiliging voor beginners: 4 essentiële componenten

Valbeveiliging voor beginners: 4 essentiële componenten

Werken op hoogte brengt heel wat risico’s met zich mee. Op een werkplek waar mensen kunnen vallen heb je extra bescherming nodig: valbeveiliging.

Natuurlijk is het zoveel mogelijk voorkomen van valongelukken het allerbeste. Met een zorgvuldige risicoanalyse verminder je het risico op vallen en maak je de omgeving veiliger voor je collega’s.

Dat kan door bijvoorbeeld goede steigers op een stevige ondergrond te gebruiken. Of een hek om de werkplek te plaatsen. Dit is bijvoorbeeld geschikt als valbeveiliging op een dak.

Deze collectieve maatregelen om de veiligheid voor werknemers te vergroten, noemen we permanente valbeveiliging. Daarmee kan iedere werknemer zonder andere maatregelen veilig aan het werk.

Maar in sommige werksituaties zijn collectieve maatregelen niet genoeg of niet mogelijk. Wat dan?

Persoonlijke valbeveiliging

In bepaalde werkomstandigheden bieden collectieve maatregelen niet voldoende bescherming. Of is het niet mogelijk om ze te installeren. Niet overal kan zomaar een hek geplaatst worden (omwille van bouwtechnische redenen).

Dan is persoonlijke valbeveiliging de oplossing om mensen veiliger op hoogte te laten werken.

Wanneer is valbeveiliging verplicht?

Bij werken vanaf 2 meter hoogte is valbeveiliging verplicht. In Nederland is dit vanaf 2,5 meter en in Frankrijk is er valbeveiliging vereist wanneer er valgevaar is zonder meer uitleg.

Maar bij een groter risico op vallen kan dat ook bij een lagere hoogte het geval zijn. Het gaat dan om bijvoorbeeld werken op of naast verkeerswegen of boven water.

Vier essentiële componenten van valbeveiliging

Afhankelijk van de werkomstandigheden en werkomgeving zijn er verschillende soorten valbeveiliging. Maar voor alle soorten geldt dat er 4 componenten zijn die het valbeveiliging systeem compleet maken. Dat zijn:

  1. Ankerpunten
  2. Valharnassen en positionering
  3. Connectoren, zoals valstopapparaten en veiligheidslijnen, om een valharnas vast te maken aan een ankerpunt
  4. Toestellen voor redding op hoogte of betreding van besloten ruimtes

Ankerpunten

Ankerpunten kan je op een aantal manieren gebruiken. Er zijn:

  • vaste ankerpunten die aan een constructie of gebouw zijn vastgemaakt.
  • ankerpunten die onderdeel zijn van een geïnstalleerd systeem dat ontworpen is voor valbeveiliging.
  • mobiele ankerpunten: tijdelijk en verplaatsbaar en je kan ze eventueel vastmaken aan een constructie of gebouw.

De 5 types ankerpunten

Er zijn 5 types ankerpunten: A, B, C, D en E. Zij vallen onder de norm EN 795. Hieronder leggen we de verschillen tussen de types uit en hoe je ze gebruikt.

Type A zijn een of meer vaste ankerpunten die een structureel anker nodig hebben om ze aan een structuur, bijvoorbeeld een muur, te bevestigen. Dit noemen we vaste ankerpunten.

Type B zijn een of meer vaste ankerpunten die je juist niet aan een structureel anker bevestigt (driepoot of davit). Dit zijn de mobiele ankerpunten.

Type C zijn flexibele ankerlijnen vastgemaakt aan eindankers waaraan je je jouw valharnas kan vastmaken door middel van een connector of musketon. Voorbeelden zijn kabels of touwen (webbing).

Type D zijn starre ankerlijnen die vastgemaakt zijn aan eindankers. Daaraan maak je de valbeveiliging vast met een connector of musketon. Voorbeelden van dit type beveiliging zijn railsystemen en buizen.

Type E zijn doodgewichtankers. Bij deze types plaats je vrijstaande ankerpunten op een dak. Aan die ankerpunten hang je gewichten om ervoor te zorgen dat het anker niet beweegt.

Let op! Structurele ankers zitten permanent vast in de structuur van een gebouw. Deze vallen niet onder de PBM-richtlijn. Ze mogen uiteraard niet onbedoeld loskomen. Ook moeten de connectoren vrij kunnen draaien in het anker.

Keuze van het ankerpunt

Het is enorm belangrijk dat je bij elke onveilige werksituatie het juiste ankerpunt en de juiste plaats kiest. De plaats van het ankerpunt bepaalt namelijk de valfactor.

De valfactor is de verhouding tussen de hoogte waarop iemand zich bevindt en de lengte van de lijn die de val opvangt. Er zijn 3 valfactoren: 0,1 of 2. Onderstaande afbeeldingen verduidelijken de verschillen tussen de valfactoren.

Bij het berekenen van de plaats van het anker, hou je rekening met een aantal zaken: de lengte van de vanglijn en de uitscheur van de demper van de vanglijn, de lengte van de drager van de valbeveiliging en de verplichte vrije ruimte.

Connectoren: maak het valharnas vast

Het valharnas moet steeds stevig en veilig vastzitten. Anders kunnen er alsnog ongelukken gebeuren!

Een valharnas maak je vast aan het ankerpunt met speciale veiligheidslijnen en/of valstopapparaten. Deze noemen we connectoren.

De belangrijkste functie van de verbinding tussen een ankerpunt en een valharnas is een mogelijke val op te vangen en die zodanig af te remmen. De krachten die vrijkomen op het lichaam zullen dan kleiner zijn dan 6kN

Zonder deze demping kunnen vrijgekomen krachten op het lichaam oplopen tot meer dan 18kN. Dat komt overeen met zo’n 2 ton.

 

Veiligheidslijnen

Veiligheidslijnen hebben meerdere functies als het gaat om (het voorkomen van) valongelukken. Ze zijn geschikt voor valbescherming, gebiedsbegrenzing, positionering en redding.

Bij valbescherming moet er steeds een demper zijn. Je vanglijn mag ook nooit langer dan 2 meter zijn. De totale lengte van de lijn bepaalt ook mee de keuze van je ankerpunt.

Valstopapparaten

De werking van valstopapparaten of valblokken kan je vergelijken met die van een autogordel. Een autogordel rolt automatisch terug en blokkeert na een korte remweg bij een grote, plotselinge versnelling.

Bij een val zorgt een valstopapparaat dat dat gebeurt met de lijn.

In tegenstelling tot bij vanglijnen moet bij valstopapparaten de vrije ruimte onder het ophangpunt minder groot zijn. Dat is omdat de blokken van valstopapparaten de val bijna onmiddellijk blokkeren.

Horizontaal werken

Het nadeel van valstopapparaten is dat mensen ze vaak horizontaal gebruiken, dat wil zeggen in een hoek van meer dan 30°. Maar dat is niet juist en ook onveilig! Je krijgt dan namelijk een pendeleffect. Daardoor kan je nog steeds tegen constructies opbotsen.

Gebruik daarom op platte of licht hellende daken een valblok dat ook echt geschikt is voor horizontaal gebruik. Het pendeleffect kan je hiermee niet helemaal voorkomen. Wel hebben deze blokken een kabel die beter bestand is tegen schuren over de randen van horizontale constructies. Daarmee voorkom je dat kabels slijten en zwakker worden, met alle gevolgen van dien.

Verticale lijnen met een klem

Bij verticale toepassingen, zoals tijdelijke klimwegbeveiliging, kan je ervoor kiezen om te beveiligen met een veiligheidslijn met daaraan een lijnklem.

Deze klem omklemt het touw bij een eventuele val. Op die manier stuit het de val na een remweg. Voordeel van dit type beveiliging is dat je je eenvoudig kan losmaken als je bij de werkplek bent. Bij valblokken is dit lastig. De kabel of band rolt terug in de behuizing zodra je deze loskoppelt van het valharnas.

Valharnassen

Er zijn 3 types valharnassen:

Enkel harnassen met schouder- en beenbanden zijn geschikt voor het opvangen van een val. Gebruik dus in geen geval enkel een lenden- of heupgordel als valbeveiliging.

  • standaard valharnas
  • positioneringsharnas
  • zitharnas

Standaard valharnas

Een standaard valharnas gebruik je om een val op te vangen. Dit type heeft één ankerpunt op de borst en/of op de rug om een veiligheidslijn of valblok te verbinden met een ankerpunt.

Premium valharnassen hebben een aantal eigenschappen die basis harnassen niet hebben. Ze hebben bijvoorbeeld extra versteviging op de schouders, zijn sneller aan te trekken of hebben extra suspension trauma straps.

Positioneringsharnas

Een positioneringsharnas mag je enkel gebruiken voor positionering en gebiedsbegrenzing. Dit type kan je niet gebruiken om een val op te vangen!

Dit harnas heeft ankerpunten op de rug en/of borst en 2 D-ringen voor een positioneringsgordel. Deze D-ringen zijn niet bedoeld om een veiligheidslijn of valblok aan vast te hangen of om het harnas te verbinden met een ankerpunt.

Gebruik het harnas in combinatie met een positioneringslijn om handenvrij te werken.

Zitharnas

Dit type harnas heeft een ankerpunt op de borst en op rug, een positioneringsgordel en een D-ring ter hoogte van de navel. Hiermee kun je veilig afdalen aan een lier of touw en zittend werken.

Een zitharnas herken je vaak aan de rechte beenbanden.

Deze video laat de verschillen tussen een val-, zit- en positioneringsharnas zien:

Redden en afdalen

De vierde component van een goed werkend valbeveiligingssysteem zijn reddingsystemen en apparaten om veilig af te dalen. Met deze apparaten laat je het slachtoffer dalen totdat hij veilig is. Je kan ze ook gebruiken om een besloten ruimte te betreden.

Elke seconde telt. Jezelf of een collega (zelf) redden na een val is cruciaal om bijvoorbeeld het harness suspension trauma te voorkomen.

De meest gebruikte apparaten voor redden en/of afdalen zijn:

  • afdaalapparaten
  • driepoten of davit-hijssystemen

Afdaalapparaten

Met deze apparaten kan je op een gecontroleerde manier afdalen. Je kan er dus niet altijd jezelf of collega’s mee redden. Dat hangt af van het model.

Met bepaalde modellen kan je tijdens een geassisteerde redding het slachtoffer naar boven liften, het valharnas uittrekken en de ander veilig op de grond leggen.

Een bekend voorbeeld is het Capital Safety Rollgliss apparaat.

Driepoten of davit hijssystemen

Er zijn verschillende scenario's waarbij je driepoten of davit-systemen kan gebruiken. Ze zijn voornamelijk bedoeld om af te dalen in besloten ruimtes en dan jezelf terug omhoog te hijsen.

Om ervoor te zorgen dat je veilig kan afdalen, moet je driepoten of davit-systemen combineren met een lier of valblok. Als je kiest voor een valblok met lier, moet je zelf niet meer de ruimte betreden en vermijd je eventuele risico’s. Dit blok monteer je dan op de driepoot of het davit-systeem.

Het verschil tussen een davit en een driepoot

Een davit-systeem heeft een paar belangrijke voordelen vergeleken met een driepoot:

  • Het heeft een kleinere oppervlakte nodig.
  • Verschillende locaties zijn mogelijk dankzij verschillende voeten en 1 davit-systeem.
  • Er zijn enorm veel combinaties mogelijk.

Conclusie: altijd opletten!

Valbeveiliging is nooit hetzelfde. Er zijn enorm veel verschillende werkomstandigheden en scenario’s mogelijk, die allemaal specifieke valbeveiliging vragen.

Je moet niet alleen bij de inkoop kijken wat het meest geschikte materiaal is voor de medewerkers van jouw bedrijf. Je moet er ook steeds op letten dat je de juiste producten combineert om de beste bescherming te bieden.

Pbm’s zijn heel belangrijk, maar het gebruik en onderhoud ervan is minstens zo belangrijk. Dan kun je ze langer gebruiken en het helpt om ongevallen te voorkomen. Zo kan iedereen ’s avonds veilig en gezond weer naar huis!